Selecteer een pagina

Rillend van de kou stond ik op een parkeerplaats langs een Belgische snelweg de auto in te kijken. Ik zag de autosleutels in de achterbak liggen. Precies op de plek waar ik ze een paar minuten eerder neerlegde terwijl ik nog dacht ‘Mariek, dit is niet slim, als je de klep dicht gooit kan je er niet meer in’. Maar ik dacht ook ‘nee joh, dat doe ik niet’. Waarna ik zo’n beetje direct de achterklep dichtgooide. Verder lag ook mijn jas in de auto. En het was echt bibbertjekoud. Oh ja, en mijn telefoon was leeg, had ik dat al verteld? Nee? Nou, die was leeg dus.

Sleutels_in_auto_liggen_en_mezelf_buiten_sluiten_op_een_koud_Belgisch_benzinestation_zonder_jas_en_telefoon._Dat_zijn_ook__deavonturenvanbureauplay.Terwijl ik zo de auto in staarde, dacht ik dat het me echt nog wel zou lukken om een creatieve oplossing te vinden. Toch? Twee uur daarvoor leerde ik tenslotte nog vijftig topambtenaren van de Vlaamse overheid over hoe je in een speelmodus makkelijker tot onverwachte oplossingen kan komen. Over hoe buiten de lijntjes vaak de meest geniale oplossingen te vinden zijn. Maar ik kwam op dit moment niet verder dan iemand van het benzinestation te vragen om de Wegenwacht te bellen.

Aan een sta-tafeltje naast een lange rij Douwe Egberts apparaten begon het naar buiten staren tot de gele auto van de Pechhulp zou komen. Ik was moe. Ik had het koud. Ik had geen mobieltje om support te zoeken via Facebook of Whatsapp. En ik wilde zo ontzettend graag naar huis. Kortom: ik baalde als een stekker.

Voor het alternatief openen van de auto vond ik geen oplossing maar deze situatie daar kon ik wil mee spelen, bedacht ik me. Tijd om een nieuwe SPEELregel te bedenken! Hmmm, even kijken, waar zal ik mee spelen? Ha, klagen, zou je daar mee kunnen spelen? Mijn SPEELregel werd: ‘draai je klacht de andere kant om’

  • ‘oeh, wat is het koud hier in het benzinestation’ werd ‘wat fijn dat ik niet buiten hoef te staan zonder jas’
  • ‘ik wou dat ik ergens kon zitten’ werd ‘wat fijn dat ik mijn hakken voor het rijden heb omgewisseld voor mijn gympen’
  • ‘wanneer komt die meneer van die wegenwacht nou toch eens’ werd ‘wat fijn dat er hulp onderweg is’
  • ‘wat een rotplek zo bij de ingang’ werd ‘wat leuk dat ik zo iedereen kan zien die er binnen komt’

Op een gegeven moment werd het steeds leuker om nieuwe klachten te verzinnen. Actief verzon ik klacht na klacht om ‘m daarna meteen weer de nek om te draaien. En kleine grappige dingetjes gebeurde er: de monteur die met de koffie-apparaten naast me bezig was, bood me een gratis kopje koffie aan en ik luisterde stiekem gesprekken van sigaretten smokkelende vrachtwagenchauffeurs af. Zo werd het wachten werd zo bijna een feestje. Nou ja, bijna :-) Toen na 1,5 uur de gele auto eindelijk de parkeerplaats op kwam rijden, maakte ik wel een klein huppeltje terwijl ik er naartoe liep.